Reacties huisartsen naar aanleiding van de uitspraak
Alle huisartsen hebben in het verslagjaar gehoor gegeven aan het verzoek van de Klachtencommissie om, naar aanleiding van een gegrond bevonden klacht, aan klager een schriftelijke reactie te doen toekomen en daarvan een afschrift aan de Klachtencommissie te sturen. De meeste huisartsen reageerden binnen de gestelde termijn van vier weken. Indien de reactie van een huisarts na vier weken niet is ontvangen, zendt de Klachtencommissie eenmaal een herinneringsbrief aan de huisarts met het verzoek alsnog naar de klager toe te reageren. De Klachtencommissie heeft geen mogelijkheden om een reactie bij de huisarts af te dwingen. Klager wordt wel geattendeerd op de mogelijkheid om het uitblijven van een reactie voor te leggen aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Eenmaal heeft een huisarts gereageerd na een dringend verzoek daartoe van de Inspectie.
In een enkel geval wilde de huisarts of klager een discussie aangaan over de uitspraak. De Klachtencommissie hanteert in principe het beleid om niet in discussie te gaan met een van beide partijen naar aanleiding van de uitspraak, behalve als er sprake is van feitelijke onjuistheden.
De meeste huisartsen gaven in hun reactie aan zich met de uitspraak van de Klachtencommissie te kunnen verenigen en het te betreuren dat een en ander zo was gelopen. Daarbij maakten veel huisartsen alsnog van de gelegenheid gebruik hun excuses aan klager aan te bieden en gaven zij aan open te staan voor een gesprek. Een aantal huisartsen gaf aan dat zij in de toekomst rekening zouden houden met de uitspraak van de Klachtencommissie bij hun praktijkvoering. Weer andere huisartsen waren het echter oneens met de uitspraak van de Klachtencommissie.
- Een huisarts bood opnieuw zijn excuses aan en gaf aan erg blij te zijn dat de hele situatie rondom klaagsters dochter geen verdere consequenties had gehad en dat onder zijn verantwoordelijkheid een dergelijke zaak nooit meer op deze wijze zal worden afgehandeld.
- Een huisarts schreef dat de uitspraak evenals de betreffende casus binnen het artsenteam en de assistentes is besproken waarbij met name aandacht was voor het telefonisch verkeer dat verbetering behoefde.
- Deze zelfde huisarts gaf aan dat het niet anticiperen van de waarnemer op het verzoek van zijn meest ervaren assistente om een spoedvisite bij patiënte af te leggen, door hem als eindverantwoordelijke toch als een blamage werd gezien.
- Een huisarts bood nogmaals zijn excuses aan omdat hij, zonder dat dit zijn bedoeling was, klaagster had beledigd tijdens haar bezoek aan de huisartsenpost. Daarnaast gaf de huisarts aan dat hij zich heeft voorgenomen om, zeker op de huisartsenpost, extra zorgvuldig te zijn in de bejegening en in de uitleg van door hem voorgesteld onderzoek.
- Een huisarts liet weten dat hij klaagster en haar echtgenoot in de laatste levensfase van haar echtgenoot, niet die begeleiding heeft gegeven die nodig was en die zij van hem als huisarts mochten verwachten. Een visite met een persoonlijk gesprek door hem als huisarts bij beiden thuis had een basis kunnen leggen voor de verdere begeleiding van patiënt en van klaagster als zijn echtgenote. De huisarts bood hiervoor zijn oprechte excuses aan en gaf aan deze pijnlijke les mee te nemen in zijn functie als huisarts in de begeleiding van zijn patiënten.
- Een huisarts liet weten dat hij klaagster en haar echtgenoot in de laatste levensfase van haar echtgenoot, niet die begeleiding heeft gegeven die nodig was en die zij van hem als huisarts mochten verwachten. Een visite met een persoonlijk gesprek door hem als huisarts bij beiden thuis had een basis kunnen leggen voor de verdere begeleiding van patiënt en van klaagster als zijn echtgenote. De huisarts bood hiervoor zijn oprechte excuses aan en gaf aan deze pijnlijke les mee te nemen in zijn functie als huisarts in de begeleiding van zijn patiënten.
- Deze zelfde huisarts gaf naar klaagster toe aan dat het hem speet dat hij niet zorgvuldig had gevraagd naar haar familieomstandigheden toen zij op zijn spreekuur kwam met een knobbeltje in de borst en ook in het telefoongesprek daarna, waarin hij haar ongerustheid opmerkte, haar niet expliciet naar de familieanamnese heeft gevraagd en haar, op grond van de familiegegevens, niet direct heeft verwezen. De huisarts gaf aan ernaar te streven in zijn kennismaking met nieuwe patiënten de risico’s in de familie duidelijker in kaart te gaan brengen, ook bij jonge gezonde mensen.
- Een huisarts feliciteerde klaagster met de uitspraak. Zij gaf aan dat zij helaas was tekortgeschoten in de bejegening naar klaagster. Zij was het oneens met de Klachtencommissie ten aanzien van de verantwoordelijkheid voor klaagsters aneurysma en was van mening dat het de eerste verantwoordelijkheid van de behandelend internist was om klaagster naar de chirurg te verwijzen als hij dat nodig had gevonden.
- Deze zelfde huisarts schreef aan de Klachtencommissie dat een deel van de uitspraak zowel door haarzelf als door haar collega’s niet werd begrepen. De huisarts was van mening dat zij niet verantwoordelijk kan zijn voor de bevinding van een specialist die dit niet in zijn conclusie en zelfs niet telefonisch aan haar had doorgegeven. De internist had haar alleen verzocht klaagster jaarlijks middels laboratoriumonderzoek te controleren.
- Een huisarts liet klaagster weten dat zij het betreurde dat het contact tussen haar en klaagster tijdens de visite die zij voor de huisartsenpost verrichtte, in minder goede harmonie was verlopen.
- De betreffende huisarts reageerde –voor het geval er tegen haar in de toekomst opnieuw een klacht zou worden ingediend- naar de Klachtencommissie toe als volgt. Het betrof een man die alcoholist was. Zij was van mening dat de Klachtencommissie zich baseerde op het verhaal van de assistente en van een vriend van patiënt en niet op hetgeen patiënt tegen haar had verteld. Zij was voorts van mening dat de Klachtencommissie een onvolledig beeld had van de situatie door bij haar oordeelsvorming niet de feitenlezing van de vriend van patiënt te betrekken. Ook was de huisarts van mening dat de Klachtencommissie geen rekening had gehouden met het feit dat patiënt geen bemoeienis wenste, waardoor zij geen lichamelijk onderzoek kon verrichten.
- In bovenstaande casus betrof het een voorval op een huisartsenpost die het zorgaanbiederschap had met betrekking tot de klachtenbehandeling. De huisartsenpost gaf aan de gang van zaken tijdens de visite van de huisarts te betreuren, waarvoor zij klaagster welgemeende excuses aanbood. De conclusie van de Klachtencommissie werd serieus genomen en was reden om de betreffende huisarts uit te nodigen voor een functioneringsgesprek. De huisartsenpost schreef zich verantwoordelijk te voelen voor de kwaliteit van het werk van de voor hun werkzame huisartsen en andere medewerkers, waarbij hoort dat er serieus wordt geluisterd naar en geleerd wordt van klachten van patiënten.
- Een huisarts gaf aan welgemeend spijt te hebben van zijn optreden. Hij zou de uitspraak van de Klachtencommissie meenemen in zijn overwegingen voor de toekomst en stond nog steeds open voor een gesprek met klaagster.
- Een huisarts schreef moeite gehad te hebben met de uitspraak van de Klachtencommissie. Zij was ten tijde van het ontstaan van de klacht nog niet zo lang huisarts. Ze zou voortaan meer tijd besteden aan patiënten die voor een kennismakingsgesprek kwamen, hetgeen bij klager niet het geval was geweest.
- Een huisarts had klager, zonder hem zelf gezien te hebben, naar de tandarts verwezen. Zij ging de nascholing mond- en kaakproblematiek volgen om over deze problematiek meer kennis te vergaren.
- Een huisarts gaf aan dat hij goede nota had genomen van de uitspraak en dat hij met de conclusie van de Klachtencommissie in voorkomende situaties rekening zal houden.
- Een andere huisarts legde zich neer bij de uitspraak van de Klachtencommissie hoewel hij het oneens was met de conclusie van de Klachtencommissie dat hij onvoldoende onderzoek had gedaan. Wel was de huisarts het eens met de beoordeling van de Klachtencommissie dat hij zelf ’s nachts de ambulance had moeten bellen en dit niet had moeten overlaten aan de echtgenote van een ernstig zieke patiënt die kort daarna overleed.
- Een huisarts schreef dat vele malen door zijn hoofd was gegaan wat er die bewuste nacht was gebeurd en dat de uitspraak van de Klachtencommissie grote impact op hem had gehad. Zijn leerproces was beter te letten op zijn verslaglegging en om bij alleenstaanden zo mogelijk actief na te bellen hoe het gegaan was.
- Tot slot vertelde een huisarts dat hij zich bij het oordeel van de Klachtencommissie neerlegde en dat hij hoopte dat hiermee een einde zou komen aan het conflict. De uitspraak en de daaraan voorafgaande correspondentie hadden hem een aantal punten opgeleverd die dienden in het verder uitbouwen van zijn professionaliteit.
